Ga naar de pagina-inhoud

Taken en organen

Artikel 549 van het Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt: "Alle gerechtsdeurwaarders vormen samen de Nationale Kamer, die rechtspersoonlijkheid geniet". Zij telt ongeveer 520 leden. De Nationale Kamer werd opgericht door de wet van 5 juli 1963, teneinde de werkmethoden, de tarieven, de deontologie en de tuchtprocedures binnen het beroep eenvormig te maken. Het statuut van de gerechtsdeurwaarders werd herzien in 1992. De voornaamste wijzigingen hadden betrekking op de regels voor de toegang tot het beroep en de taakomschrijving van de gerechtsdeurwaarders.


Taken
De Nationale kamer van Gerechtsdeurwaarders heeft volgende taken: Zij waakt over de eenvormigheid van de tucht en de deontologische regels onder haar leden en over de uitvoering van de hen betreffende wetten en verordeningen. Hoewel de Nationale Kamer aanbevelingen en richtlijnen met bindende kracht uitvaardigt, is enkel de arrondissementskamer bevoegd voor het opleggen van tuchtstraffen (zie verder). Zij verdedigt de belangen van haar leden en vertegenwoordigt hen in alle omstandigheden, meer bepaald ten aanzien van de openbare besturen, de academische wereld en de andere juridische beroepen. Door het verzenden van synthesenota's en het organiseren van colloquia, zorgt zij voor informatie en permanente vorming van de gerechtsdeurwaarders, meer bepaald op het ingewikkelde gebied van nieuwe wetten. Via de Nationale Kamer worden de gerechtsdeurwaarders, ook betrokken bij de voorbereiding van nieuwe wetsvoorstellen. Door een verzekering tegen onvermogen, zorgt zij voor de financiële bescherming van de klanten van gerechtsdeurwaarders. Over het algemeen streeft de Nationale Kamer naar een juist evenwicht tussen de economische en sociale rol van de gerechtsdeurwaarders, door zoveel mogelijk de nadruk te leggen op verzoening en minnelijke schikking.

De organen
De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders wordt bestuurd door een vaste raad, die in zekere zin het parlement van het beroep vormt. Deze Raad bestaat uit evenveel leden als er arrondissementen zijn (26), naar rato van één gewoon lid en één plaatsvervangend lid, gekozen door iedere arrondissementskamer. De Vaste Raad kiest het directiecomité, de samenstelling van de Raad en Commissie voor deontologie.